Bohn Stafleu van Loghum

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Dit boek helpt professionals in het sociaal domein om cliënten met chronische stress beter te ondersteunen. Ook is het boek geschikt voor managers, (dienst)directeuren en voor studenten Social Work, MWD, SJD en SPH. 

    Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en praktische handvatten voor hulp- en dienstverleners beschrijft hoe chronische stress denken en gedrag ontregelt. In een theoretische inleiding wordt toegelicht hoe het komt dat mensen die in chronische stress leven vaker afspraken vergeten, niet vanzelfsprekend in actie komen en meer moeite hebben hun emoties en verlangens te reguleren. Er wordt uitgelegd hoe het komt dat chronische stress mensen lijkt te gijzelen in hun problematiek. Aan de hand van praktische casuïstiek wordt uitgewerkt wat deze inzichten betekenen voor de publieke hulp- en dienstverlening op terreinen als de re-integratie, jeugdhulpverlening, thuisbegeleiding, schuldhulpverlening, wijkteams en het maatschappelijk werk.Het boek laat zien wat de inzichten betekenen voor bijvoorbeeld de inrichting van ontmoetingsruimten, schriftelijke communicatie en gespreksvoering. Ook vindt u informatie over de waarde van het geven van beloningen, psycho-educatie over stress en instrumenten die cliënten kunnen helpen om (lange)termijndoelen te stellen en die doelen te bereiken. Naast beschrijvingen over de mogelijkheden om de hulp- en dienstverlening effectiever in te richten, krijgt u praktische tips om direct mee aan de slag te gaan. 

    De redactie van het boek wordt gevormd door Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en trainer bij Social Force, Peter Wesdorp, trainer en adviseur bij WhatWorks en specialist op het terrein van de sociale zekerheid en Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering aan eveneens de Hogeschool Utrecht en zelfstandig adviseur en trainer.

  • Nederland kent internationaal gezien een laag suïcidecijfer, namelijk 1500 suïcides per jaar. Toch is elke suïcide er een te veel. Met dit boek willen de auteurs een bijdrage leveren aan de terugdringing van suïcides. Behandeling van suïcidaal gedrag in de praktijk richt zich primair op wat je als hulpverlener moet doen: welke vragen stel je, hoe stel je ze, wanneer en aan wie, hoe zorg je voor continuïteit, waar moet je op letten enzovoort. De onderwerpen variëren van de onderkenning van suïcidale jongeren op school tot de behandeling van de chronisch suïcidale patiënt. Er worden preventief georiënteerde programma's beschreven, handvatten geboden voor de opvang van suïcidepogers in het ziekenhuis en crisisinterventie, maar ook de hulp aan nabestaanden van een suïcide komt aan bod. Ook besteden de auteurs aandacht aan specifieke groepen zoals verslaafden, mensen met een persoonlijkheidsstoornis en ouderen met een doodswens. Daarnaast behandelen zij praktische methoden als cognitief-gedragstherapeutische interventies, interventies vanuit de dialectische gedragstherapie en de aanpak van dwangmatig piekeren over zelfdoding. De praktische benadering wordt kracht bijgezet door de vele gedragsbeschrijvingen en schema's. Dit boek is bedoeld voor hulpverleners in de GGZ, zoals sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, artsen, psychiaters, GZ-psychologen en klinisch psychologen. Het is ook geschikt voor opleiding en nascholing, cursussen en trainingen.

  • Dit boek beschrijft en illustreert oefenprogramma's die kunnen worden gegeven bij veelvoorkomende aandoeningen van het patellofemorale gewricht. De oefeningen kunnen, eventueel in aangepaste vorm ook gebruikt worden als huiswerkoefeningen.

    Het boek bevat meer dan 250 illustraties.

    Van iedere aandoening wordt een voorbeeldcasus beschreven met daarbij de symptomen en belangrijkste bevindingen van het functieonderzoek. Zo wordt duidelijk hoe de aandoening is te herkennen. De juiste uitvoering van het functieonderzoek en de toegevoegde tests zijn achterin het boek te raadplegen in vijf rijk geïllustreerde bijlagen.

    (Sport)fysiotherapeuten, kinesitherapeuten en oefentherapeuten kunnen `Oefenprogramma's voor knieaandoeningen, patellofemorale gewricht' gebruiken om hun kennis op te frissen. Daarnaast is het een naslagwerk om passende knieoefeningen voor patiënten te vinden. Door de overzichtelijke opbouw is het boek bovendien geschikt als leerboek voor opleidingsdoeleinden.

    Dit is uitgave 29 van de serie `Orthopedische Casuïstiek'. Tweemaal per jaar verschijnt er een nieuw deel in deze serie. De serie is ook online beschikbaar op abonnementsbasis.

    Het voorgaande boek uit de serie van `Orthopedische casuïstiek' was getiteld: Oefenprogramma's voor knieaandoeningen, deel 1: tibiofemorale gewricht. Samen met dit voorgaande boek bevatten de twee boeken een waardevolle verzameling oefeningen die kunnen worden gebruikt bij aandoeningen van het kniegewricht voor de minder mobiele oudere tot en met de actieve topsporter.

    Deze uitgave in de serie `Orthopedische Casuïstiek' is geschreven onder redactie van Patty Joldersma (sportfysiotherapeut en fitnesstrainer) en Koos van Nugteren (fysiotherapeut).

  • Of jeugdigen gelukkig worden is niet te voorspellen. Een succesvol leven kan niet worden gegarandeerd. Er zijn immers veel factoren waarop men geen invloed heeft en die het leven een onverwachte wending kunnen geven.Maar het is wel mogelijk om kinderen en jongeren toe te rusten met middelen die de kans op een geslaagd leven vergroten. Daartoe behoren vaardigheden om goed te kunnen leren, positief met anderen om te kunnen gaan en zinvol deel te kunnen nemen aan de samenleving.Dit boek behandelt een aantal elementaire vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen functioneren in het gezin, op school en in de vrije tijd. Het gaat om vaardigheden die helpen voorkomen dat jeugdigen:o geen oog hebben voor andereno situaties verkeerd inschatteno gedragsproblemen ontwikkeleno conflicten krijgen met andereno op school gedemotiveerd rakeno in een isolement terecht komen.De ouders en de school spelen hierbij een belangrijke rol. Als het in het gezin ontbreekt aan communicatie en onderlinge saamhorigheid bestaat de kans dat kinderen de vereiste vaardigheden niet of onvoldoende ontwikkelen. Wanneer op school onvoldoende wordt geleerd is het risico op maatschappelijke uitval groot.Dat geldt vooral voor kinderen die in aanleg meer moeite hebben met het zich eigen maken van de vaardigheden om goed te kunnen leren en positief om te kunnen gaan met zichzelf en anderen. Daarom is er in dit boek ook aandacht voor kinderen en jongeren met ADHD of autisme, alsook voor jeugdigen die door hun agressie, angsten en beperkte leervermogens, moeite hebben zich de vereiste basisvaardigheden eigen te maken.Hiernaast worden er testinstrumenten aangereikt om de essentiële vaardigheden te screenen. Ook worden er een aantal werkwijzen vermeld om de ontwikkeling van deze basisvaardigheden bij kinderen en jongeren te stimuleren en scheefgroei bij te sturen. Het boek is geschreven voor iedereen die meer wil weten over de vaardigheden die jeugdigen tijdens hun ingroei in de samenleving dienen te ontwikkelen en hoe dit proces bevorderd en bijgestuurd kan worden. Het boek is niet alleen van belang voor beroepskrachten in de jeugdzorg en het speciaal onderwijs of zij die daarvoor worden opgeleid, maar ook voor leraren, (pleeg)ouders en ieder ander die belangstelling heeft voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren.

  • Dit boek helpt bij het indiceren van `verpleging en verzorging zonder verblijf'. Het 7-stappenmodel zorgt ervoor dat er onderbouwd en transparant geïndiceerd wordt. Deze handreiking is bedoeld voor wijkverpleegkundigen en studenten verpleegkunde.Deze geheel herziene versie van Vakbekwaam Indiceren is overzichtelijker doordat stappen uit het 11-stappenmodel zijn samengevoegd. Het nieuwe 7-stappenmodel is ook in lijn met het verpleegkundig proces, de basis van verpleegkundig handelen. Hoewel in deze handreiking in eerste instantie is uitgegaan van Nanda-I, Noc en Nic, wordt per stap ook aangegeven hoe gebruikers van het Omaha-systeem hiermee om kunnen gaan.Aan de hand van het verpleegkundig proces worden de volgende stappen besproken: anamnese/assessment, verpleegkundige diagnoses, bepalen zorgresultaten, indiceren, organiseren/uitvoeren, monitoren/evalueren en borgen kwaliteit. Dit is de meest logische en meest gebruikte volgorde. Toch moet het in de praktijk wel eens anders. Daarom sluit het boek af met een hoofdstuk over een alternatieve werkwijze.Vakbekwaam Indiceren is geschreven door Henk Rosendal, lector De Gezonde Wijk bij Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam en José van Dorst, vakinhoudelijk manager bij TWB Thuiszorg met Aandacht. 

  • Acceptatie en Commitment Therapie bij kinderen en jongeren is een dynamisch werkboek, waarbij alle elementen/vaardigheden voor psychologische flexibiliteit aanwezig zijn, maar waar de volgorde minder vast staat. Het werkboek wordt gebruikt als  een soort kaartenbak met oefeningen die los gebruikt kunnen worden of als geheel: achter elkaar, door elkaar. Dit werkboek heeft als doel voldoende algemene theoretische ondersteuning te bieden voor onbekenden met de methodiek om het toe te kunnen passen. De uitgave is een aanvulling op bestaande boeken over de theorie en praktijk vanwege de theoretische koppeling van ACT met kinderen en jongeren; de oefeningen en metaforen die worden gebruikt,  zijn aangepast op de belevingswereld en ontwikkelingsniveau van kinderen en jongeren. Vanwege de grote verzameling van oefeningen en metaforen, gepresenteerd als `kaartenbak' in dit werkboek, zijn onbekenden met ACT eerder geneigd de methodiek toe te passen.

  • Tal van psychodiagnostische instrumenten zijn niet gevalideerd voor etnisch-culturele minderheidsgroepen in Nederland. In dit boek, bedoeld voor de interculturele hulpverleningspraktijk van de GGZ, worden de problemen in de interculturele psychodiagnostiek geschetst. Er worden methoden aangereikt hoe op een professionele manier deze problemen het hoofd te bieden. Aan de hand van casuïstiek geven ervaren interculturele hulpverleners inzicht in hoe psychologische instrumenten kunnen worden toegepast op een cultuur sensitieve manier. De regulatieve cyclus wordt gebruikt als een methodisch handvat voor een zorgvuldig, systematisch en reflexief handelen in dit psychodiagnostische proces.

  • Dit boek helpt klinische professionals om het uiterste uit hun psychodiagnostische onderzoeksmateriaal te halen. Het leert ze om de resultaten van persoonlijkheidsdiagnostiek optimaal te integreren en te interpreteren. Daarbij geeft het boek antwoord op vragen als: welke betekenis moet je toekennen aan psychische klachten en symptomen? En hoe kun je de resultaten van persoonlijkheidsdiagnostiek in een individuele context plaatsen? Zo krijgt de psychodiagnosticus een helder beeld van de veerkracht én de kwetsbaarheid van de cliënt.In Persoonlijkheidsdiagnostiek in de klinische praktijk wordt persoonlijkheidsonderzoek bij cliënten met psychopathologie voor het eerst behandeld uit het perspectief van de psychodiagnosticus zelf. De theoriegestuurde methodische visie en werkwijze worden in dit nieuwe standaardwerk geïllustreerd met casuïstiek, waarbij er ook aandacht is voor de belangrijkste valkuilen. De beslisbomen en stappenplannen ondersteunen de lezer bij zijn dagelijkse diagnostische werkzaamheden.Het boek is bestemd voor professionals werkzaam in de GGZ, zoals gz-psychologen, psychotherapeuten, klinisch psychologen, psychiaters en zij die daartoe in opleiding zijn. Wim Snellen is expert op het gebied van de persoonlijkheidsdiagnostiek. Hij werkte ruim veertig jaar als klinisch psycholoog in de psychiatrie en heeft uitgebreide ervaring met het geven van cursussen, supervisie en onderwijs in dit vakgebied.

  • De elleboog verbindt de bovenarm met de onderarm. Buiging van de arm zorgt ervoor dat we de hand in de richting van het hoofd en de schouder kunnen bewegen. Activiteiten als eten, haren kammen,tanden poetsen en dergelijke zouden onmogelijk zijn zonder de scharnierfunctie van de elleboog. Dit boek behandelt de meest voorkomende vormen van pathologie van elleboog en onderarm. Er wordt onder andere aandacht besteed aan de tennis- en golferselleboog, bursitis, het compartimentsyndroom, myositis ossifi cans, elleboogprothesen, zenuwcompressie, de bicepspeesruptuur, de radiuskopfractuur, osteochondrosis dissecans en de werperselleboog. Zoals gebruikelijk in de boekenreeks van Orthopedische Casuïstiek wordt ieder onderwerp besproken aan de hand van patiëntencasuïstiek uit de dagelijkse praktijk. Recente wetenschappelijke inzichten komen aan bod in addenda die volgen op de patiëntencasus. De tekst is rijk geïllustreerd met educatieve tekeningen en fotos. De bijlagen achterin het boek tonen allerlei handige overzichten van onder andere het functieonderzoek van de elleboog, toegevoegde tests, de innervatie van de arm en concrete oefeningen.

  • Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Het helpt om lichaamstaal te leren zien en te interpreteren, om beter te begrijpen wat patiënten je vertellen. Aan de hand van filosofische, intersubjectieve en neurobiologische theorieën legt het uit waar je op kunt letten, en beschrijft het specifieke lichaamsgerichte interventies. Het boek is bedoeld voor psychiaters, psychologen en psychotherapeuten, maar is ook geschikt voor de geïnteresseerde leek.

    Het lichaam in psychotherapie begint met een korte inleiding in de gedachten over lichaam en geest in de psychiatrie en de filosofie. Vervolgens behandelt het in verschillende hoofdstukken onder meer de geschiedenis van het lichaam in de psychotherapie, de functie van de beide hersenhelften, de huidgrens en de effecten van sociale aanraking. Daarna volgen hoofdstukken over neuroceptie, interoceptie en ons lichaam in relatie met anderen. De laatste hoofdstukken gaan over de klinische praktijk van het niet-ervaren lichaam, verhalen van patiënten die in verwarring zijn over hun lichaam, en de lichamelijke respons van de psychotherapeut in de somatische resonantie en de tegenoverdracht.

     

  • Dit boek biedt een overzicht van de verschillende verwerkingstechnieken bij de behandeling van psychotrauma in de ggz. Trauma en verwerkingstechnieken - Indicatiestelling bij traumabehandeling in de ggz bespreekt de  indicatiegebieden van de verschillende technieken en hun voor- en nadelen, zodat een behandelaar een meer beredeneerde keuze voor een techniek kan maken. Het uitgangspunt van de indicatiestelling is dat geen enkele verwerkingstechniek op alle punten beter is dan de andere verwerkingstechnieken.
    De inleidende hoofdstukken van Trauma en verwerkingstechnieken beschrijven hoe een goede traumabehandeling kan worden opgezet. Alle bekende evidence based en practice based behandeltechnieken worden kort benoemd. Vervolgens worden in drie afzonderlijke hoofdstukken de `grote drie' verwerkingstechnieken uitgebreid besproken: Imaginaire Exposure, EMDR en Imaginaire Rescripting. Met behulp van casuïstiek worden de specifieke toepassingen van de genoemde verwerkingstechnieken geïllustreerd. 
    Dit boek is bedoeld voor psychologen, psychiaters en andere professionals in de ggz, die mensen met traumaproblematiek behandelen. 

  • Dit handboek biedt een overzicht van diverse slaapstoornissen, de diagnostiek en behandeling daarvan en hun relatie tot de psychiatrie en gebruik van psychofarmaca. 
    Gezonde slaap is essentieel voor het functioneren van de hersenen. Slecht slapen is voorspellend voor het ontstaan van psychische klachten, voor de mate van remissie en het risico op terugval. Slaapstoornissen komen frequent voor bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen en vormen één van de belangrijkste transdiagnostische symptomen.
    Slaapstoornissen in de psychiatrie gaat per psychiatrische aandoening uitvoerig in op de wisselwerking tussen psychiatrie en slaapstoornissen, waarbij epidemiologie, pathofysiologie en specifieke behandelmogelijkheden aan bod komen. Tot slot wordt aanvullend aandacht besteed aan zowel medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling en aan enkele specifieke doelgroepen. Het boek geeft een verdiepend kader aan deze diagnose-overstijgende problemen, waarbij de theoretische achtergrond wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. 
    Dit boek is bedoeld voor clinici, zoals psychiaters, psychologen, (huis)artsen en andere specialisten in de GGZ die zich willen verdiepen in de veelvuldig gemelde slaapproblemen bij mensen met een psychiatrische aandoening.
    Het boek staat onder redactie van prof. dr. Marike Lancel, drs. Maaike van Veen en dr. Jeanine Kamphuis, allen verbonden aan het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie, GGZ Drenthe.

  • Gebaseerd op acceptance and commitment therapy (ACT) worden in dit praktische en toegankelijke boek diverse technieken aan ouders en (professionele) opvoeders geleerd. Deze technieken worden gebruikt door kinderpsychologen om kinderen vanaf vier jaar te helpen om angstige gevoelens los te laten en zich in plaats daarvan te richten op vriendschappen, nieuwe leerervaringen op school en plezier maken.

  • Dit boek biedt een praktische en volledige beschrijving van imaginaire rescripting als behandelmethode voor diverse klachten. Op overzichtelijke wijze wordt beschreven hoe de techniek toegepast kan worden in de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek of als op zichzelf staande behandeling van angst- en stemmingsklachten. Daarnaast worden diverse specialistische toepassingsgebieden besproken zoals het gebruik van imaginaire rescripting bij nachtmerries, eetstoornissen dwangstoornis etc. Dit boek is een onmisbaar handboek voor therapeuten die deze techniek willen leren maar biedt door zijn volledigheid ook een mogelijkheid om reeds bestaande kennis en vaardigheden verder uit te breiden.

     

    Het boek beschrijft de verschillende fasen van de techniek. Beschreven wordt hoe een imaginatie-oefening kan worden gebruikt in de diagnostiekfase, hoe de therapeut beelden rescript tijdens de beginfase van de behandeling en hoe de cliënt leert zelf betekenisvolle beelden uit het verleden te herschrijven. Tenslotte wordt ook beschreven hoe imaginaire rescripting een methode kan zijn om de cliënt voor te bereiden op toekomstige triggersituaties.

     

    Iedere stap wordt toegelicht met overzichtelijke praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt ingegaan op diverse uitdagende situaties die clinici in de praktijk tegenkomen zoals cliënten die zeggen geen beelden te hebben, die worstelen met schuldgevoelens tijdens de rescripting, die zich kritisch uitlaten over de oefeningen en vele andere probleemsituaties.

     

    Remco van der Wijngaart is psychotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog. Hij is meer dan 20 jaar werkzaam geweest op een academische afdeling van een ambulante geestelijke gezondheidszorginstelling waar hij opgeleid is in cognitieve gedragstherapie en schematherapie waarbij imaginaire rescripting een veelgebruikte interventie is. Momenteel is hij werkzaam in een zelfstandige praktijk voor psychotherapie. 
     

  • Dit boek geeft een helder overzicht van de diagnostiek en behandeling van veelvoorkomende mondslijmvliesafwijkingen. Het is bedoeld voor gebruik in de dagelijkse praktijk, maar is ook zeer geschikt als naslagwerk. Het richt zich  op een breed scala aan gezondheidsprofessionals, zoals mondhygiënisten, tandartsen, mond-, kaak- en aangezichtschirurgen, dermatologen en  keel-, neus- en oorartsen.

    Mondslijmvliesafwijkingen, handboek voor de praktijk is ingedeeld op basis van de klinische presentatie van de afwijkingen. Zo zijn  er verschillende hoofdstukken voor overwegend witte, wit-rode en rode afwijkingen. En zijn er hoofdstukken die gewijd zijn aan afwijkingen die zich voordoen op het tandvlees, de tong of de lippen. Het inleidende hoofdstuk gaat in op de vraag wanneer en hoe te verwijzen naar een meer deskundige specialist, en hoe de patiënt daarin betrokken kan worden.

    Isaäc van der Waal werd in 1979 hoogleraar in de Orale Pathologie aan de Vrije Universiteit. Van 1989 tot 2011 was hij hoofd van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VUmc/ACTA.  Hij droeg bij aan ruim 400 wetenschappelijke publicaties en schreef verschillende leerboeken en atlassen op het gebied van mond- en kaakaandoeningen.

     


  • Dit boek biedt professionals, studenten en andere geïnteresseerden een uniek overzicht van onderzoek naar de ontwikkeling van jonge mensen van 12 tot 25 jaar.

  • Dit uitgebreide naslagwerk belicht op een heldere, compassievolle  en hoopgevende manier alle facetten van het werken met cliënten die zichzelf verwonden. Het biedt therapeuten en andere professionals in de geestelijke gezondheidszorg actuele, op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde kennis over de verschillende vormen en oorzaken van zelfverwondend gedrag, de relatie tussen zelfverwonding en suïcidaliteit en manieren om zelfverwonding te beoordelen en te behandelen.

    Behandeling van zelfverwonding. Een praktische handleiding beschrijft een breed scala aan cognitief-gedragstherapeutische interventies en illustreert deze met gedetailleerde casussen. De auteur besteedt veel aandacht aan de noodzaak om de intensiteit van interventies aan te passen aan de unieke behoeften van elke cliënt, via een stepped care zorgmodel. Daarnaast bevat het boek tools en een link naar online formulieren die behandelaars kunnen downloaden om in hun werk te gebruiken.

    Auteur Barent Walsh is expert op het gebied van zelfverwonding. Hij is Executive Director van The Bridge of Central Massachusetts en docent bij de vakgroep Psychiatrie van de Harvard Medical School. 

  • Dit handboek laat professionals binnen de generalistische ggz zien hoe ze de zelfregie van patiënten kunnen versterken. In het boek worden wetenschap en praktijk bij elkaar gebracht voor huisartsen, praktijkondersteuners, (GZ-)psychologen, artsen, psychiaters, verpleegkundig specialisten, en hulpverleners in onder meer de eerstelijn gezondheidszorg, de generalistische basis ggz,  (algemene) ziekenhuizen en de gehandicaptenzorg. Het boek is gebaseerd op de praktijk van Indigo, een landelijke aanbieder van preventie, POH-ggz en basis ggz.

    In de generalistische ggz worden klachten primair begrepen als reactie op specifieke biologische, psychologische en sociale uitdagingen in het hier en nu van de patiënt. Kenmerkend is de focus op positieve gezondheid: niet de klachten zijn leidend, maar de oplossingen ervan. Generalistische ggz start bij de vraag wat de patiënt nodig heeft om die oplossing zelf te realiseren. Aan de hand van de oplossing van zijn huidige problemen worden de oplossingsvaardigheden van de patiënt versterkt.

    Handboek generalistische ggz werkt de generalistische werkwijze voor het eerst systematisch en consequent uit voor ggz-problemen. Allereerst wordt de generalistische werkwijze uitgelegd en vergeleken met de specialistische ggz. Vervolgens wordt de werkwijze in detail beschreven in hoofdstukken over diagnostiek, indicatiestelling, interventies en evaluatie. De auteurs geven veel voorbeelden uit hun eigen praktijk. Hiermee wordt duidelijk hoe zelfregie van de patiënt kan worden versterkt én hoe psychologische theorieën en psychotherapeutische referentiekaders en technieken hierbij gebruikt kunnen worden.

    Handboek generalistische ggz - Werken aan zelfregie: een bijzonder specialisme is geschreven door Giel Hutschemaekers, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit en onder meer hoofd zorgprogramma GBGGZ Indigo-Pro Persona, Mirjam Nekkers, gz-psycholoog-gedragstherapeut werkzaam in de basis ggz, hoofdopleider bij Indigo en docent bij RINO, en Bea Tiemens, hoogleraar Evidence based practice in mental healt care aan de Radboud Universiteit, leider onderzoeksprogramma Indigo  en senior onderzoeker bij Pro Persona.

     

  • Dit boek is een handleiding voor ouder-kindpsychotherapie (CPP, child-parent psychotherapy). Het richt zich op thera­peuten die jonge tot zeer jonge kinderen (0 tot 5 jaar) behandelen die geweld of een andere traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt. Het boek geeft theoretische achtergronden vanuit de psychoanalyse, de hechtingstheorie en de ontwikkelings­pathologie. Ook geeft het voorbeelden van toe te passen interventies.

    Blijf van mijn mama af! laat zien dat ouder-kindpsychotherapie een waarde­volle behandelvorm is voor jonge kinderen die getuige of slachtoffer zijn (geweest) van huiselijk geweld. De therapie kan ook worden toegepast bij andere vormen van trauma zoals emotionele, lichamelijke en seksuele mishandeling, blootstelling aan geweld, ernstige verwondingen, pijnlijke ziektes en medische behandelingen. De beschreven therapie is evidencebased en nadrukkelijk gericht op de relatie met de ouders of verzorgers van het kind. Hierbij is veel aandacht voor veiligheid en vertrouwen tegenover gevaar en angst.

    Van alle interventies worden voorbeelden gegeven aan de hand van vijf uitgebreide casussen en in de vorm van vele kortere vignetten.

    Deze, uit het Engels vertaalde, uitgave is een tweede, herziene druk van Don't hit my mommy!, oorspronkelijk uitgegeven door ZERO TO THREE: National Center for Infants, Toddlers and Families in 2015.

    `Dit klassieke werk is gebaseerd op tientallen jaren ervaring van de auteurs als therapeut en opleider. De toepassing van ouder-kindpsychotherapie (CPP) is sinds verschijning van het oorspronkelijke boek aanzienlijk uitgebreid, met name voor gezinnen die te maken hebben met geweld, op basis van een indrukwekkende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs en steeds meer trainers. Naast een rijke hoeveelheid andere hulpmiddelen biedt het boek vele gedetailleerde, fijngevoelige en helder geschreven voorbeeldcasussen die laten zien hoe je ouders en jonge kinderen kunt bijstaan bij het genezen van trauma's. Ik raad u aan het te lezen, en te herlezen.'

    - Charles H. Zeanah jr., MD, Institute of Infant and Early Childhood Mental Health, Tulane University

  • Dit boek leert zorgprofessionals die werken met ouderen, om psychiatrische en psychische aandoeningen bij hun cliënten te herkennen en signaleren. Zij kunnen dankzij dit boek vroege adequate behandeling mogelijk maken.
    Dit boek koppelt praktijkvoorbeelden aan de beschreven aandoeningen bij ouderen. 
    Professionals die werken met ouderen, zoals verzorgenden, (wijk)verpleegkundigen, POH's en casemanagers.

  • Dit boek helpt zorgprofessionals bij het toepassen van schematherapie in de behandeling van kinderen, adolescenten, en hun ouders of (gezins)systeem. Het is bedoeld voor (klinisch) psychologen, psychotherapeuten en andere hulpverleners, en voor wie daarvoor een opleiding volgt. Toegepaste schematherapie bij kinderen en adolescenten biedt een breed overzicht van de toepassingsgebieden van schematherapie voor jeugdigen en hun gezins(systeem). Het laat eerst zien hoe de therapie inzicht geeft in de verschillende kanten (modi) en niet-adaptieve patronen die gedurende iemands leven zijn ontstaan. Vervolgens beschrijft het  hoe schematherapie er in de praktijk uitziet voor verschillende doelgroepen, zoals jongeren met LVB of in de gesloten jeugdzorg. Telkens komen de technieken aan bod waarmee jongeren en hun omgeving geholpen kunnen worden om patronen te doorbreken en rekening te houden met de eigen behoeften en die van de omgeving.

  • In deze uitgave wordt een actueel overzicht geboden van de kennis en inzichten met betrekking tot het vrouwenhart. Sinds het verschijnen van de eerste editie is meer kennis verworven en is meer bekend over de vrouwspecifieke risicofactoren bij hart- en vaatziekten en over de pathofysiologie.
    Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen in de Westerse wereld. Er overlijden heden ten dagen meer vrouwen dan mannen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. De verschillen tussen mannen en vrouwen spelen een belangrijke rol in het hele palet van klachten tot diagnostiek, van pathofysiologie tot behandeling. Het proces van atherosclerose verloopt bij vrouwen vaak anders. Bij mannen is er meestal sprake van obstructief coronairlijden met een inspanningsgebonden klachtenpatroon. Bij vrouwen is er vaak een diffuse atherosclerose over het gehele cardio(micro)vasculaire vaatbed. Het obstructieve vaatlijden is bij vrouwen veel minder aanwezig en uit zich pas op latere leeftijd. Bovendien neemt het cardiovasculaire risico bij vrouwen sterk toe na de  menopauze. Door het (abusievelijk) niet onderkennen van een cardiaal probleem bij vrouwen met klachten maar zonder obstructief vaatlijden, begint voor de vaak menopauzale vrouw een zoektocht in het medisch circuit naar de oorzaak van haar klachten. Door een vroegtijdige herkenning en erkenning van klachten en risicofactoren bij vrouwen tijdens de peri- en postmenopauzale levensfase kan er een daling worden bewerkstelligd van het sterftecijfer en een verbetering van de kwaliteit van leven van de vrouw. Deze tweede editie van Het Vrouwenhart biedt een praktische leidraad bij het zo vroeg mogelijk (h)erkennen en behandelen van cardiovasculaire risicofactoren. Daarnaast is het een pleidooi voor  het aanmoedigen en bewerkstelligen van een gezondere leefstijl waarbij meer lichaamsbeweging, samen met een gezond voedingspatroon, bij alle vrouwen in Nederland een belangrijk onderdeel vormen. Immers, 80% van hart- en vaatziekten kan met een gezonde leefstijl voorkomen worden, ook bij vrouwen!  

  • Emotieregulatie is een primaire levensvoorwaarde, niet minder belangrijk dan eten en drinken. Tegenover comfortabele emoties als blijdschap en geluk staan immers ook emoties als afgunst, angst, jaloezie, schaamte, schuld, verdriet, walging en woede. Daar moet een mens mee zien om te gaan. En dat maakt `helpen bij emotieregulatie' bijna synoniem aan `psychotherapie'.

    Wie er gewoonlijk in slaagt om positief met zijn emoties om te gaan, is evenwichtig. Maar er zijn eindeloos veel omstandigheden denkbaar waarin het evenwichtsgevoel faalt. De kunst van dat evenwicht bewaren, kan door iedereen getraind worden, al dan niet geholpen door een coach of hulpverlener.

    In dit boek beschrijft Nelleke Nicolai het alfa en omega van emotieregulatie. Ze maakt daarbij onderscheid tussen affecten (onbewuste reacties op externe prikkels), emoties (deels bewuste en deels onbewuste reacties op prikkels) en gevoelens (emoties waaraan actief een betekenis wordt toegekend). 

empty